VISUS 2|2015

HANDELINGSINSTRUCTIE HET RODE OOG

De OVN heeft een nieuwe richtlijn ontwikkeld. In deze handelingsinstructie wordt duidelijk wát de optometrist kan, mag en moet doen wanneer hij of zij te maken krijgt met een rood oog.

UP

HANDELINGSINSTRUCTIE HET RODE OOG

 

De praktijkrichtlijn voor het rode oog dateerde alweer uit 2004. Om die reden heeft de OVN Commissie Kwaliteitsontwikkeling een nieuwe richtlijn ontwikkeld. Uitleg over deze handelingsinstructie Het Rode Oog vindt u hieronder.

Door Henrike Klein Ikkink (verenigingsmanager OVN)

 

Kwalitatief hoogstaande zorgverlening is gebaseerd op theoretische kennis en ervaring uit de praktijk. Binnen de zorg worden afspraken gemaakt tussen optometristen onderling, met aanpalende beroepsgroepen, met cliënten en patiënten en met vele andere relevante instanties. Voor al deze afspraken is het van belang dat duidelijk is wát de optometrist kan, mag en doet. De OVN geeft regelmatig documenten uit om deze zaken vast te leggen. Zo is er een goede basis om het vak op een kwalitatief hoog niveau uit te oefenen.

 

Het rode oog

De bestaande praktijkrichtlijn voor het rode oog dateerde uit 2004. Het beroep van de optometrist en de beroepscontext is in ontwikkeling. De veranderingen op het gebied van demografie, technologie, onderwijs, organisatie, kwaliteitseisen, zorgstelsel en taakverschuivingen binnen de oogzorg hebben gevolgen voor de werkzaamheden van de optometrist. Door deze ontwikkelingen heeft OVN Commissie Kwaliteitsontwikkeling een nieuwe richtlijn ontwikkeld: de OVN Handelingsinstructie Het rode oog en het bijbehorende stroomschema. Om praktische redenen is ervoor gekozen om het een ‘handelingsinstructie’ te noemen in plaats van een ‘richtlijn’.

 

Stroomschema

Met behulp van het stroomschema kan de optometrist differentiëren tussen de verschillende verschijningen van een rood oog. Door het identificeren van symptomen en kenmerken, leidt het stroomschema naar een groep van mogelijke diagnoses. In de handelingsinstructie staat bij iedere diagnose beschreven welke actie zou moeten volgen, zoals behandeling of verwijzing naar een huis- of oogarts. De paragraafnummers in het stroomschema corresponderen met die in de handelingsinstructie.

 

Anamnese en oogonderzoek

Voordat het stroomschema in gebruik genomen kan worden, moet altijd een volledige anamnese afgenomen te worden en degelijk objectief oogonderzoek worden verricht. In enkele gevallen kan de anamnese onderbroken worden als blijkt dat er sprake is van een zogenoemde rode vlag. Dit houdt in dat er tekenen zijn die wijzen op een min of meer ernstige medische aandoening die niet in eerste instantie - of niet alleen - door de optometrist onderzocht en/of behandeld moet worden. In dat geval moet de zorgplicht direct overgedragen worden aan een huisarts, oogarts of de spoedeisende hulp.

 

Verwijstermijnen

Als de handelingsinstructie een verwijzing naar een huis- of oogarts adviseert, wordt ook de verwijstermijn gegeven. De volgende verwijstermijnen zijn te onderscheiden:

- Spoed: direct telefonisch contact opnemen met huisarts of indien niet bereikbaar (of ongewenste vertraging oplevert) direct met oogarts. Spoedtermijn zal bepaald worden door dienstdoende arts.

- Voorrang: binnen twee weken.

- Regulier: binnen twee maanden.

 

Document raadplegen

De handelingsinstructie met het stroomschema kunt u - net als andere richtlijnen - hier vinden.