VISUS 2|2015

 

.

 

DE SPECIALIST: SIMONE VISSER

 

RECENSIE: DE SCLERALENS 2.0

UP

BOEKBESPREKING: ‘A GUIDE TO SCLERAL LENS FITTING’ VERSION 2.0

 

Eef van der Worp schreef een vernieuwde versie van A Guide to Scleral Lens Fitting. Is zijn gids ook interessant voor optometristen die geen scleralenzen aanpassen?

Door Gabriëlle Janssen (voorzitter OVN)

 

Al in 2010 schreef optometrist Eef van der Worp zijn eerste versie van de gids, maar die blijkt inmiddels gedateerd. Daarom besloot hij een nieuwe versie te schrijven, die afgelopen april uitkwam. Beide versies werden samen al 35.000 keer gedownload.

 

De gids is een introductie van de sclera, de sclerale topografie, het scleralens-design en moet de lezer bekender maken met het concept van scleralenzen. De meest ervaren scleralens-aanpassers van over de hele wereld bespreken bovendien de laatste inzichten. Elk hoofdstuk start met een aantal vragen die systematisch uitgewerkt worden. Een slimme vorm, waardoor je als lezer direct kunt bepalen wat wel en niet interessant is voor jou persoonlijk.

 

Nederlandse bijdragen

Auteur Eef van der Worp is natuurlijk geen onbekende in de wereld van de optometrie. Hij is onderzoeker en onderwijzer in hart en nieren. Eef is verbonden aan de Pacific University College of Optometry (USA) en de Universiteit van Maastricht en heeft ook zijn PhD in Maastricht in 2008 gehaald met als titel: Corneal Desiccation in Rigid Gas Permeable Contact Lens Wear.

 

Hij is niet de enige in de Nederland die internationaal geroemd wordt om zijn kennis en kunde op dit gebied. De gids bevat al in het eerste hoofdstuk bijdragen van Simone Visser en haar vader Rients Visser sr. die hun positieve ervaringen met de scleralens benadrukken. Ook zij hebben ruim hun sporen verdiend in de wereld van de scleralenzen.

 

Taai én prikkelend

In dat eerste hoofdstuk wordt duidelijk dat het aanpassen van scleralenzen niet alleen bij een keratoconus-patiënt gedaan kan worden, maar dat er vele indicaties zijn waar scleralenzen een oplossing kunnen bieden. Een ‘eye opener’ voor de niet-medische contactlensspecialist.

 

Het tweede hoofdstuk gaat dieper op de materie in. Het staat vol ingewikkelde terminologie. Zo kan ondergetekende niet meteen het verschil tussen tangentiaal en sagittaal opdreunen. Deze termen worden wel toegelicht, maar het blijft een taai onderdeel waar je niet even snel lezend doorheen gaat.

 

Het vierde hoofdstuk is prikkelender. Dit is logisch en stapsgewijs opgebouwd. Hierin wordt het aanpassen van scleralenzen in een systematische aanpak stap voor stap besproken. Zo wordt het ook voor de niet-kenner duidelijk.

 

Theoretische basis

Al met al heeft Eef van der Worp er een handzaam boek – ook digitaal verkrijgbaar - van gemaakt met veel foto’s die de tekst aanvullen of verduidelijken. Waar veel informatie in staat waar alle optometristen iets aan hebben. Zoals de indicaties voor scleralenzen, hoe je moet om te gaan met deze lenzen en waar je op moet letten bij een scleralens-controle. Dat zijn heel interessante hoofdstukken voor de optometrist die zelf geen scleralenzen aanpast, maar er af en toe wel mee te maken heeft. Na het lezen van het boek kun je uiteraard niet zelfstandig scleralenzen aanpassen - daar is een goede training voor nodig - maar heb je wel een sterke theoretische basis.

 

De gids is hier gratis te downloaden.

 

 

UP

DE SPECIALIST: SIMONE VISSER

 

Specialismes in de optometrie zijn er in alle soorten en maten. Visus stelt iedere editie een specialist aan u voor. Deze keer: Simone Visser van Visser Contactlenzenpraktijk in Nijmegen, gespecialiseerd in scleralenzen.

 

Door Nienke Soeters (redactie)

 

,,Het mooie van het aanmeten van scleralenzen is dat je het verschil kunt maken in het leven van sommige slechtziende mensen. Soms zelfs het verschil tussen wel of niet deelnemen aan de maatschappij. Voor mij is het een mooie leuke combinatie van technisch bezig zijn en tegelijk echt iets voor mensen betekenen. Door het aanmeten van de juiste lens, kan het zicht van sommige mensen met onregelmatige hoornvliezen aanzienlijk verbeterd worden. Ook kunnen pijnklachten - zoals ernstig droge ogen - verholpen worden. Ik vind het mooi bijzonder om onderdeel van dat proces te zijn.”

 

Een pionier als vader

“Het enthousiasme voor dit vak heb ik niet van een vreemde. Mijn vader is pionier op het gebied van scleralenzen. Hij is begonnen nadat hij in 1983 een artikel van de Australische contactlensspecialist Donald Ezekiel las, waarin de eerste zuurstof doorlatende scleralens werd beschreven. Voor hem was dat een trigger om het concept uit te werken en hij heeft hierbij nieuwe aanpastechnieken weten te ontwikkelen. Zelf heb ik tijdens mijn stage in het Moorfields Eye Hospital in Londen en ook na mijn opleiding in de praktijk eerst veel met zachte en vormstabiele contactlenzen gewerkt. Rond 2000 ben ik me gaan specialiseren in scleralenzen.”

 

Volop in ontwikkeling

“De scleralens is een prachtig product, dat steeds verbeterd wordt. Een belangrijke ontwikkeling ontstond in de jaren ‘90 toen scleralenzen binnentorisch gemaakt konden worden. Dat was een doorbraak, want geen enkel scleraprofiel is exact sferisch. En wanneer de lens te vlak of te strak is, ontstaan er problemen met het comfort, kunnen er luchtbellen achter de lens komen en wordt de draagtijd korter. Ook ontstond er door de binnentorische vorm een goede stabilisatie, waardoor correctie van restcilinders mogelijk werd. Tevens biedt de betrouwbare stabilisatie mogelijkheid voor bifocale en zelfs aberratie correctie. En het onderzoek gaat door. Zo is binnen ons team optometrist Henny Otten bezig met het in kaart brengen van het indicatiegebied van scleralenzen met een kleinere diameter versus traditionele grotere scleralenzen.”

 

Noodzakelijke kennis

“In Nederland zijn er een beperkt aantal optometristen bezig met het aanmeten van scleralenzen. In principe zou iedere optometrist het mogen doen, want wettelijk zijn daar geen regels voor. Om goed scleralenzen aan te kunnen meten en de vaardigheid te behouden moet je regelmatig met scleralenzen werken. Dat betekent dat je er wekelijks mee bezig moet zijn. Verder moet je kennis van de pathologie van het voorste oogsegment hebben en nauw kunnen samenwerken met een oogarts.”

 

Aan de slag

“Andere optometristen die zich willen specialiseren op dit gebied, zou ik aanraden om bij een praktijk te gaan werken waar veel corneapathologie wordt gezien en waarbij ze kunnen samenwerken met een oogarts. Daarna is het belangrijk dat ze onder supervisie van een gespecialiseerde scleralensspecialist aan de slag gaan. Het kost tijd om het onder de knie te krijgen en je zal veel vaardigheden moeten leren.”

 

Scleraprofiel bepalen

“Voor veel optometristen - hoor ik om me heen - is het in het begin lastig om de juiste eerste paslens te kiezen. Dit komt omdat scleralenzen empirisch worden aangemeten en de juiste parameters dus (nog) niet exact gemeten kunnen worden. Er wordt momenteel wel onderzoek gedaan naar het uitgebreider topografisch in kaart brengen van de scleravorm en er is steeds meer mogelijk. Echter voor een passing voor scleralenzen moet je tot minimaal 20mm kunnen meten. Dit is nog niet mogelijk. Daarom moet je - voordat je de eerste paslens kiest - eerst het scleraprofiel inschatten. Vervolgens zet je een paslens in en dan begint het finetunen.”

 

Eerst basiskennis, dan specialisatie

“Ik denk dat beginnende optometristen in eerste instantie vooral een goede basiskennis en vaardigheden nodig hebben. Het aanmeten van scleralenzen is echt een specialisatie. Mijn collega’s en ik verzorgen momenteel een gastcollege hierover. We vinden het belangrijk dat studenten kennis hebben van de basisprincipes en de mogelijkheden van scleralenzen.”

Simone Visser