VISUS 3|2016

WEG MET DE LEESBRIL NA STAAROPERATIE

Jan Willem van der Linden promoveerde met het proefschrift “Clinical developments in Multifocal Intraocular Lens Surgery; The ease of being specs-free.” Voor Visus schreef hij een samenvatting.

 

UP

WEG MET DE LEESBRIL NA STAAROPERATIE

 

Jan Willem van der Linden promoveerde op 30 maart 2016 aan de Universiteit van Amsterdam aan de faculteit Geneeskunde op het proefschrift “Clinical developments in Multifocal Intraocular Lens Surgery; The ease of being specs-free.” Voor Visus schreef hij een samenvatting. Het hele proefschrift vind je hier.

 

Het doel van multifocale IOL-implantatie is het bereiken van bril onafhankelijkheid voor een gezichtsscherpte op alle afstanden. Er zijn diverse soorten mIOLS ontwikkeld en geïmplementeerd. Gegevens over de prestaties van deze verschillende mIOLs komen bij de introductie van de mIOL van de medische industrie. Klinische studies als de onze, worden na enige tijd na de introductie uitgevoerd, onafhankelijk van de industrie.

 

Hoofdstuk 1

De inleiding in hoofdstuk 1 beschrijft verschillende redenen waarom patiënten voor multifocale intra-oculaire lenzen en refractieve chirurgie kiezen. Ook toont het de geschiedenis en de refractieve verschillen van verschillende new generation mIOLs. In dit proefschrift willen we aspecten die verband houden met de klinische voordelen en nadelen van de verschillende soorten mIOL onderzoeken. We onderzoeken of postoperatieve behandeling van de opaciteit van het achterste kapsel (nastaar) klinisch significante veranderingen in de refractie veroorzaakt. Ook onderzoeken we de betrouwbaarheid van postoperatieve refractie bij radially asymmetric mIOL's, en de relatie tussen postoperatieve tevredenheid, refractie en eenvoudige behandeling van residuele refractieve fouten.

 

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 2 beschrijft een vergelijking van een mIOL, gebaseerd op sectorial addition technologie en een mIOL gebaseerd op apodized diffractive design. De gezichtsscherpte, refractie en patiënttevredenheid is gemeten tussen de Lentis Mplus LS-312 (studiegroep) en de ReSTOR SN6AD1 (controlegroep) in 233 ogen (studiegroep: 90; controlegroep: 143). De gegevens tonen aan dat de apodized diffractive mIOL beter presteert op leesafstand (30 cm en 40 cm) dan de sectorial addition mIOL. Patiënttevredenheid, de incidentie van dysphotopsia en UDVA waren vergelijkbaar tussen beide lenzen.

 

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 3 evalueert of neodymium: YAG (Nd: YAG) posterior capsulotomy laser voor opaciteit van het achterste kapsel (nastaar) een verandering veroorzaakt in de refractie en de correlatie tussen geautomatiseerde en subjectieve refractie, in multifocale geapodiseerde diffractieve pseudofakie. Uit een studie van 75 pseudofake ogen blijkt dat 93 procent geen significante verandering in refractie na Nd: YAG capsulotomie vertoonde. Als resultaat van de studie kan het behandel paradigma worden aangepast en zijn minder capsulotomieën nodig. Subjectieve en geautomatiseerde refractie toonden een hoge mate van correlatie. Dit is belangrijk als uitkomstmaat en zorgt voor een hoge objectiviteit bij de meting.

 

Hoofdstuk 4

In hoofdstuk 4 beschrijven we een decentratie in het kapselzakje, het kantelen van een hydrofiele radially asymmetric multifocale intraoculaire lens (IOL) van het type MPlus door capsulaire contractie. Correcte centrering van de IOL is operatief hersteld. De hydrofiele multifocale IOL van dit specifieke ontwerp kunnen gevoeliger zijn voor postoperatieve decentratie. Dit wordt mogelijk veroorzaakt vanwege de onvoldoende tensie van de C-loop haptic. Capsular tension rings kunnen het probleem verhelpen in een secundaire herstel procedure.

 

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 5 vergelijkt de resultaten van een apodized diffractive hydrofiele mIOL (Seelens MF; studiegroep) en een apodized diffractive hydrofobe mIOL (SN6AD1; controlegroep). De refractieve en visuele resultaten voor veraf en dichtbij en de tevredenheid van de patiënt werden gemeten in 85 ogen (studiegroep: 48; controlegroep: 37). De gegevens toonden aan dat de patiënttevredenheid gelijk was in beide mIOLs. De hydrofiele mIOL geeft significant minder strooilicht, een betere kwaliteit van het zicht, en presteert significant beter op intermediaire afstanden.

 

Hoofdstuk 6

In hoofdstuk 6 evalueren we of de automatische refractie (AR) correleert met subjectieve manifeste refractie (MR) bij ogen geïmplanteerd met radially asymmetric mIOLs. Deze studie van 52 geïmplanteerd ogen, toont een slechte correlatie tussen autorefractie en manifest subjectieve refractie aan. Autorefractie lijkt geen goed startpunt voor het manifest subjectieve refractie met dit type mIOL, tenzij een corrigerende factor van ongeveer 1 dioptrie gebruikt wordt.

 

Hoofdstuk 7

In hoofdstuk 7 zijn de symptomen, oorzaken en behandeling van ontevreden patiënten, na implantatie met radially asymmetric mIOL, in 43 pseudofake ogen geanalyseerd. In de meeste gevallen is de oorzaak van de ontevredenheid gerelateerd aan de multifocaliteit. Klachten specifiek voor het radially asymmetric design zijn niet gevonden, behalve bij dysphotopsia klachten en kapselcontractie door zachte haptics.

 

Conclusie

Concluderend kunnen we zeggen dat klinische studies zoals bovenstaande, het mogelijk maken om de resultaten van verschillende soorten mIOLs compleet en bondig in kaart te brengen. Deze gegevens stellen ons in staat om toekomstige behandeling beter op de patiënt af te stemmen. Ook geeft het ons handvatten voor meer nauwkeurige meting en behandeling van toekomstige patiënten. Wat betreft de bevindingen over de Nd: YAG capsulotomie, geloven wij dat een gewijzigd behandeling paradigma kan leiden tot het voorkomen van overmatige behandeling. Aangezien momenteel, voor behandeling van patiënten met een residu refractiefout, vooraf een Nd: YAG capsulotomie gepland wordt.