VISUS 3|2016


DE KWESTIE: AANSPRAKELIJKHEID BIJ NIET OPGEVOLGD ADVIES

Een optometrist adviseert een cliënt van 53 jaar oud om een uitgebreid glaucoomonderzoek, inclusief OCT, te ondergaan in verband met glaucoom in de familie. De cliënt geeft echter aan dat hij alleen de oogdruk wil laten meten, omdat het uitgebreide onderzoek veel meer geld kost. De optometrist maakt hier een notitie van. Jaren later blijkt de patiënt in kwestie glaucoom te hebben met forse gezichtsvelduitval. Kan deze cliënt de optometrist aansprakelijk stellen voor eventueel verlies aan gezichtsvermogen?

 

Prof. mr. J.C.J. Dute, Hoogleraar gezondheidsrecht, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen:

 

“In deze casus ziet de cliënt - om financiële redenen - af van een door de optometrist noodzakelijk geacht onderzoek en plukt daar later de wrange vruchten van. De schade die daarvan het gevolg is, zal hij echter niet kunnen verhalen op de optometrist. Ik ga er daarbij van uit dat de optometrist de cliënt uitdrukkelijk heeft gewezen op de mogelijke consequenties van het niet laten doen van het uitgebreide glaucoomonderzoek.

 

Ook al vindt de optometrist het onderzoek nog zo belangrijk, hij kan de cliënt daartoe niet dwingen, dus dat wordt juridisch ook niet van hem of haar verwacht. Sterker nog, zonder toestemming kan de optometrist niet eens tot onderzoek overgaan. De cliënt heeft het recht om onderzoek (en behandeling) te weigeren. Wel blijft het de verantwoordelijkheid van de optometrist, als goed hulpverlener, om de cliënt zo goed mogelijk te informeren over de mogelijke consequenties daarvan.

 

De optometrist was zo verstandig om van de weigering van de cliënt een notitie te maken in het dossier. Bewijsrechtelijk staat hij hierdoor sterk in een eventuele procedure. Zo wordt voorkomen dat bij de rechter een welles-nietes-spelletje tussen de optometrist en de cliënt ontstaat. De rechter gaat namelijk in beginsel uit van de juistheid van het dossier. Dat wil zeggen dat hij ervan uitgaat dat het dossier de gang van zaken tijdens het consult correct weergeeft.

 

Als de optometrist geen aantekening van de weigering zou hebben gemaakt, kan hem dat worden tegengeworpen, in die zin dat de cliënt zich op het standpunt zou kunnen stellen dat de optometrist het uitgebreide glaucoomonderzoek helemaal niet heeft voorgesteld en dat, wanneer de optometrist dat wel had gedaan, hij het onderzoek natuurlijk zou hebben ondergaan. Dat kan er dan toe leiden dat de rechter de bewijslast voor het geven van het advies bij de optometrist legt. Maar hoe kan de optometrist dat bewijzen zonder aantekeningen in het dossier? Het kan er zelfs toe leiden dat de rechter onmiddellijk aansprakelijkheid van de optometrist aanneemt.

 

De optometrist doet er verstandig aan in het dossier niet alleen aan te tekenen dat de cliënt het onderzoek heeft geweigerd, maar ook wat hij precies met de cliënt heeft besproken. Meer in het bijzonder dat hij de cliënt heeft gewezen op de mogelijke consequenties van het niet ondergaan van het onderzoek. Het is niet nodig om de cliënt een verklaring te laten te tekenen dat hij het advies van de optometrist in de wind heeft geslagen. Zoals gezegd, de rechter vaart op het dossier.”

 

 

Yvonne Valkenburg van Coaching à la Carte (begeleidt onder meer in het Oogziekenhuis Zonnestraal oogartsen en optometristen in empathisch, klantvriendelijk consult via communicatie):

 

“Communicatie is bij deze kwestie heel belangrijk. Als optometrist moet je goed door vragen of alle informatie helder is voor de cliënt. En blijf je inleven in hem of haar. Leg uit dat je begrijpt dat de zorgkosten momenteel hoog zijn. En dat het onderzoek inderdaad geld kost. Vertel daarbij meteen dat je het als optometrist toch belangrijk vindt dat de cliënt het onderzoek ondergaat. Omdat het simpelweg gaat om het instant houden van zijn of haar zicht.

 

Je kunt daaraan toevoegen: u kunt het zien als een investering in de gezondheid van uw ogen. Want als er nu glaucoom bij u wordt geconstateerd is dat met medicatie goed te behandelen. Wanneer je niet tijdig ingrijpt, kunnen de gevolgen groot zijn. Tegelijk kun je een cliënt natuurlijk nooit dwingen. Je kunt wel diverse keren benadrukken hoe belangrijk jij het onderzoek vindt. Maar uiteindelijk maakt hij of zij de keuze.

 

Het tweede onderdeel van deze casus gaat over het heden. Er is inderdaad sprake van gezichtsuitval. Het is verstandig om niet terug te grijpen naar het verleden. Zinnen als: “Ik had het u toch gezegd!” zijn niet bevorderlijk voor de sfeer onderling. Daarnaast heb je op het verleden géén invloed, maar wel op het heden en de toekomst.

 

Als zorgverlener werk je met de huidige situatie, in relatie tot de patiënt. Geef het slechte nieuws dus helder en neutraal. In rust en met empathie voor de patiënt. Verwijs hem of haar wederom naar de oogarts. Dan heb je in verleden en heden in ieder geval als een professional gehandeld.”



UP