VISUS 3|2016


BALANS TUSSEN GEZOND VERSTAND EN EBP

Mark Bullimore stond twee keer op het podium tijdens NCC 2016 met de thema’s ‘Get in charge of clinical objections’ en ‘Get in charge of new developments – Myopia Control’. Bovendien droeg hij bij aan de discussie ‘Get in charge of myopia control – the Dutch way’. Hij gelooft: ‘Hard bewijs is beter dan een mening.’

 

Door de redactie

 

Samen met OVN-voorzitter Gabriëlle Janssen gaf de Brit Mark Bullimore –adjunct professor aan de Universiteit van Houston, eigenaar van Ridgevue Publishing en Executive Director van de World Council of Optometry – afgelopen NCC een workshop ‘Get in Charge of Clinical Objections’. Daarin maakte hij een vertaalslag tussen wetenschap en praktijk. “In het verleden werd er gewerkt zonder naar de wetenschappelijke data te kijken, maar tegenwoordig wordt er veel meer evidence based practice (EBP) gewerkt. De wetenschap is een belangrijk onderdeel van de praktijk geworden,” licht Mark Bullimore zijn keuze voor het onderwerp toe.

 

Hij vindt: “Ook in de contactlenspraktijk is het belangrijk om de wetenschap te betrekken in de consulten en in de gesprekken met huisartsen en oogartsen. Voordat je bijvoorbeeld kunt zeggen dat het dragen van orthokeratologie contactlenzen veilig is, heb je een groot aantal contactlensdragers nodig. Dit kun je niet baseren op de aantallen die je in je eigen praktijk aanpast. Door wetenschappelijke onderzoeken en de daaruit voortvloeiende publicaties te betrekken, kun je de consument een eerlijk beeld schetsen wat de risico’s zijn bij het dragen van dit type lens.”

 

Verschil in interpretatie

Om zijn uitspraak te verduidelijken, haalt Bullimore een voorbeeld aan. “De incidentie van Microbiële Keratitis (MK) bij orthokeratologie contactlenzen kan uitgedrukt worden in een cijfer. Het blijkt dat bij het dragen van 10.000 jaar orthokeratologie contactlenzen er 7,7x kans bestaat om MK te krijgen. Is dit acceptabel? Dat zal sterk afhangen wie het cijfer interpreteert. Een oogarts zal mogelijk redeneren dat het een hoog getal is, elk geval is er één te veel. Als je het afzet tegen andere risico’s in het leven, dat is het een relatief laag getal.”

 

Volgens Bullimore is het belangrijk dat een optometrist die cijfers communiceert met de klant. Al moet je de zaken zeker niet groter voorstellen dan ze zijn. “Je moet het hen laten begrijpen. Door bijvoorbeeld te communiceren dat als je tien jaar dit type lens draagt er een kans is van één op 100 dat je een complicatie krijgt met een permanent visusverlies. Door deze informatie te communiceren jaag je geen angst aan, maar informeer je de cliënt juist en stimuleer je op de goede manier met de contactlenzen om te gaan.”

 

Risicogroep

Hij heeft meer voorbeelden paraat die je kunt bespreken met cliënten, ouders en oogartsen. Zo blijkt uit een studie van Robin Chalmers dat de grootste kans op een cornea-infiltraat bij het dragen van zachte contactlenzen zit bij de groep die tussen de 18 en 25 jaar oud is. “Zelf kun je hierdoor ook extra alert zijn door bij deze leeftijdsgroep de ‘compliance’ regelmatiger door te nemen en met hen deze cijfers te delen. Harde feiten zijn beter dan een mening. Door wetenschappelijk onderzoek kun je de risico’s in kaart brengen, de prevalantie bepalen en ook een inschatting maken op de uitkomst. Een deel van de relevante wetenschap zal in het Informed Consent moeten opgenomen worden, met als reden om vast te leggen dat de voor- en nadelen, de risico’s en alternatieven besproken en begrepen zijn. Bekijk het van de andere kant, een informed consent maakt de consument niet bang maar je informeert iemand gedegen waardoor de wederzijdse verwachtingen duidelijk en realistisch zijn.”

 

Volgens hem is het essentieel dat iedere optometrist inhoudelijk bij blijft. De Britse professor ziet verschillende mogelijkheden om voor elkaar te krijgen dat iedereen in de beroepsgroep een constant niveau houdt. “Een kwaliteitscriterium kan bijvoorbeeld zijn dat je een aantal uur per week je vak moet uitoefenen en nascholingen periodiek volgt. Om dagelijks op de hoogte te blijven van nieuwtjes, heb ik mijzelf bijvoorbeeld geabonneerd op digitale professionele magazines zoals contactlens spectrum, Ophthalmology Management, Review of Optometry en verschillende Facebookpagina’s. Het bijhouden van ontwikkelingen is iets wat je integreert in je dagelijks leven, het helpt je om EBP te werken.”

 

Blijven communiceren

Hij gelooft dat wanneer de wetenschappelijke data een nieuw middel of product niet ondersteunen, je je als optometrist moet afvragen of je dit wil implementeren in je praktijk. “Als je besluit dat je het wel doet, is het belangrijk dat je realiseert dat het niet EBP is. Dit moet je ook communiceren met je cliënt. Soms is het natuurlijk lastig om iemand een andere contactlens aan te meten op basis van EBP. Dan moet je vooral je ervaring en logische verstand gebruiken. Bij het adviseren van voedingssupplementen is dat weer een heel ander verhaal. Daar zou ik zeker de wetenschap bij betrekken. Het is prachtig om de balans te vinden tussen je gezond verstand, ervaring en evidence based practice. Dat blijft zeker ook voor mij een interessante uitdaging!”

 



UP