VISUS 1|2016

Myopie controle moet meer aandacht krijgen

De OVN moet in gesprek met oogartsen over myopie controle, concludeert Ron Beerten.

 

UP

Ron Beerten behaalde zijn Optometrie-diploma aan de Hogeschool in Utrecht in 1996. In hetzelfde jaar werd hij Fellow of the American Academy of Optometry, in 2006 Fellow of the BCLA en in 2013 Fellow of IACLE. Hij werkt als Professional Services Manager bij Procornea in Eerbeek sinds 1996 en geeft in binnen- en buitenland trainingen en lezingen over contactlensgerelateerde onderwerpen.

MYOPIE CONTROLE MOET MEER AANDACHT KRIJGEN

 

De OVN moet in gesprek met oogartsen over myopie controle, vindt Ron Beerten van Procornea Nederland. “In Nederland staan oogartsen vaak negatief tegenover Ortho-K en myopie controle, terwijl veel buitenlandse collega’s het beschouwen als een belofte voor de toekomst.”

Door Gabriëlle Janssen (voorzitter OVN)

 

Wat is volgens jou de ideale situatie voor Nederland?

“In China zijn er grote klinieken die alleen myopie controle doen. Daar werken oogartsen en optometristen nauw met elkaar. Het zou mooi zijn als dit in Nederland ook gaat gebeuren. Ik geloof namelijk heel sterk in een multidisciplinaire aanpak. Veel collega’s in Nederland gaan er al automatisch van uit dat zij - volledig autonoom met contactlenzen - myopie controle kunnen gaan doen, maar dit is in mijn ogen niet realistisch. Er zijn wetenschappelijke onderzoeken waarbij myopie controle met atropine-achtige middelen gedaan wordt, met veelbelovende uitkomsten. Ik geloof stellig dat een combinatietherapie de toekomst is.”

 

“Hoewel er veel wetenschappelijke studies positief berichten over de resultaten van ‘optische interventie’ zoals orthokeratologie en multifocale zachte contactlenzen, is er altijd een groep kinderen die daar niet goed op reageert. Ik denk dat in die gevallen een combinatietherapie mogelijk een oplossing kan bieden.”

 

Dat is een mooie gedachte, maar je zegt ook dat veel oogartsen sceptisch zijn…

“Klopt, veel oogartsen geloven niet in myopie controle. Met name Ortho-K wordt negatief afgeschilderd door ze. Indien een kind bij de oogarts komt met Ortho-K lenzen , hoor ik terug dat er vaak weerstand is bij de arts om hiermee door te gaan. Om deze reden moet er een dialoog aangegaan worden met de oogartsen. De OVN zou daar een grote rol in kunnen spelen.”

 

In het begin van deze eeuw zijn er veel negatieve publicaties geweest over complicaties bij Ortho-K lenzen. In 2001 trad bijvoorbeeld in China opvallend veel microbiële keratitis op onder kinderen die Ortho-K droegen. Waar lag dat aan?

“De oorzaak was een combinatie van factoren. Er werden bijvoorbeeld laag DK materialen gebruikt of erger, tot PMMA toe. Verder waren er nogal wat kwalitatief slechte lokaal geproduceerde lenzen. In combinatie met slechte hygiëne van de dragers. Daarbij was er geen wettelijke regeling, waardoor de fietsenmaker op de hoek bij wijze van spreken lenzen aan kon passen. Dus zonder kennis, spleetlamp en corneatopograaf. Dit alles leidde tot een piek van complicaties in 2001. Dat is door publicaties in vakbladen de hele wereld overgegaan. Dat heeft Ortho-K vanzelfsprekend geen goed gedaan. Er is inmiddels echter veel veranderd en verbeterd. Onderzoeker Mark Bullimore heeft in een recente publicatie 1400 Ortho-K dragers gevolgd, waaruit bleek dat het risico op complicaties inmiddels relatief laag is.”

 

Moeten oogartsen wat jou betreft beter geïnformeerd worden over myopie controle?

“In het Erasmus MC wordt momenteel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar myopie controle. Het zou fantastisch zijn als er vanuit die hoek meer onderzoek gedaan zal worden in combinatie met Ortho-K lenzen.”

 

Welke apparatuur heb je nodig om Ortho-K lenzen aan te kunnen passen?

“In de klinieken in China waar myopie controle wordt gedaan, staat een batterij aan apparatuur. Door alles te kunnen meten kun je voor elk kind het ideale beeld op het netvlies creëren. Hierdoor denk ik dat er een nog hogere succesfactor in de toekomst te bereiken is: als de sleutel tot succes van myopie controle in de periferie ligt, dan zal je die ook moeten kunnen meten. Nu is het toch voor een deel een toevalstreffer of het wel of niet werkt. Daarom moet je alles meetbaar maken.”

 

“De zachte lensindustrie is ook druk bezig met myopie controle. Dat doen zij met een multifocale lens, maar hoe hoog moet die additie zijn? Dat moet je kunnen meten en dan is de perifere refractie onmisbaar. Men weet nu nog niet exact wat de meest optimale additie is om myopie controle te bewerkstellingen. De toekomst zal worden dat je een lens maakt op individuele specificaties en metingen om de succesfactor te verhogen.”

 

Hoe kun je controleren of je succes hebt?

“Daarvoor moet je de aslengte kunnen opmeten. Daarvoor is de Zeiss IOL master de standaard, maar dit is helaas ook het duurste apparaat. Gelukkig is er op de markt ook een handheld biometer, die vele malen goedkoper is en ook betrouwbaar. Maar indien je myopie controle verricht met minimale apparatuur weet je niet of je succesvol bezig bent. De traditionele uitgangspositie van de optometrist is tenslotte: meten = weten.”

 

Vind je dat de oogarts en optometrist fysiek bij elkaar moeten zitten om myopie controle te doen?

“Dat is niet nodig, al zou het wel ideaal zijn. Het past in de huidige politiek om de patiënt/cliënt zoveel mogelijk in de eerste lijn te laten en periodiek de oogarts in de tweede lijn mee te laten kijken. Ik weet niet wat de goede frequentie is om de oogarts mee te laten kijken, dat zou ook onderzocht moeten worden.”

 

Tot slot: heb je nog advies aan onze leden?

“De ECOO heeft een mooi protocol over Ortho-K , maar vergeet daarbij niet het ‘informed consent’ mee te nemen bij je aanpassing. Neem daar de tussentijdse resultaten van de wetenschappelijke onderzoeken in op. Dus dat de toename van myopie gereduceerd of stopgezet kan worden, maar dat hier onvoldoende bewijs voor is op de lange termijn. Ook gedragsregels moeten hier in opgenomen worden. Ik vraag tijdens seminars altijd wie er allemaal een ‘informed consent’ laat ondertekenen en nog steeds zijn er velen die dit niet doen. Persoonlijk vind ik dat riskant.”