VISUS 1|2016


DE KWESTIE: SPOED NAAR DE OOGARTS

Op zaterdagochtend meldt een klant zich met plotseling ontstane klachten aan zijn linkeroog bij de optometrist in de optiekzaak. Uit het optometrisch onderzoek blijkt dat zijn linkeroog een visus heeft van 0,1. Voorheen was deze 1,0. Hij heeft daarbij een groot gezichtsvelddefect en de funduscopie wijst uit dat hij een ablatio retinae heeft. De optometrist vindt het moeilijk om te beoordelen of de macula aan- of afliggend is, omdat er een grote blaas voor de macula hangt.

De optometrist wil dat de klant met spoed door de oogarts gezien wordt. Na aandringen wordt de klant 's avonds gezien. De optometrist vraagt zich af of dit een juiste gang van zaken is en de klant geen onnodige schade heeft opgelopen.

 

Prof. dr. Peter Ringens, retina chirurg, bestuurslid NOG en voorzitter Kwaliteit :

 

“In deze casus is het terecht dat de optometrist graag wil dat er contact wordt gelegd met een oogarts, maar niet dat hij aandringt op een oogheelkundig onderzoek op zeer korte termijn. Een belangrijk element van de triage in deze casus is of de macula aan- of afliggend is. Indien de macula afliggend is, is de prognose op visusherstel minder dan wanneer de macula bij de operatie nog aanligt. Als de macula op dat moment al losligt, is er helemaal geen sprake van spoed. In dat laatste geval hanteert de vitreoretinale oogarts een operatietermijn van maximaal een week.

 

Is duidelijk dat de macula aanliggend is, dan is de prognose op visusbehoud of herstel vele malen groter dan wanneer de macula afliggend is. Nu is een operatie op korte termijn wel noodzakelijk, maar kan er besloten worden om een houdingsadvies te geven, zodat de macula niet alsnog wordt ‘los gewoeld’. De prognose op visusbehoud blijft gelijk als de patiënt door houdingsadvies de macula aanliggend houdt en pas na drie dagen geopereerd wordt. Bedenk daarbij twee zaken:

 

- Dit moet uiterlijk de eerstvolgende werkdag worden beoordeeld. Eerder is prettig, maar niet noodzakelijk. Dit moet ook zo naar de patiënt gecommuniceerd worden.

 

- Als een patiënt via de spoedeisende hulp in het weekeinde of ’s avonds laat in een centrum - waar netvlieschirurgie wordt bedreven - wordt gezien, betekent dat niet dat er op dat moment geopereerd kan worden. Levensbedreigende zaken hebben altijd voorrang.

 

Houdingsadvies

In deze casus heeft het de voorkeur dat de patiënt binnen 24 uur gezien wordt door een oogarts. Indien de optometrist en oogarts met elkaar overleggen en de optometrist is in staat om de locatie te beschrijven van de ablatio, kan de oogarts telefonisch een houdingsadvies geven totdat de patiënt gezien is.

 

Indien een OCT beschikbaar is, is het raadzaam om deze bij het onderzoek te betrekken. Hierdoor is de differentiaal diagnose tussen een aan- of afliggende macula een stuk eenvoudiger. Ook het maken van fundusfoto’s kan het lokaliseren van de ablatio vergemakkelijken.

 

Geen uitleg over de procedure

Het is belangrijk dat de optometrist vooral rustig en professioneel aan de patiënt uitlegt dat hij een netvliesloslating constateert. Uitleg over de procedure en prognose is af te raden omdat dit aan de opererend oogarts is.

 

Indien de optometrist de patiënt naar de huisarts verwijst, schrijf dan een verwijsbrief met daarin de bevindingen en het advies om de patiënt naar de oogarts te verwijzen. Noteer in de verwijsbrief of het vocht onder de retina binnen of buiten de vaatboog is, indien mogelijk waar de ablatio zich bevindt (nasaal, superior, temporaal of inferior), eventueel beeldmateriaal zoals OCT en fundusfoto’s en de visus voor en met de ablatio.

 

De huisarts zal met deze gegevens de dienstdoende oogarts consulteren en overleggen wanneer de patiënt gezien wordt en welk houdingsadvies er gegeven moet worden. Een zo compleet mogelijke verwijsbrief is van cruciaal belang om de kwaliteit van de verwijzing te verhogen, de prognose te optimaliseren en de risico’s voor de patiënt te verkleinen."

 

 

Yvonne Valkenburg van Coaching à la Carte (begeleidt onder meer in het oogziekenhuis Zonnestraal oogartsen en optometristen in empathisch consult en communicatie):

 

“In deze casus gaat het over het brengen van slecht nieuws. Daar moet je echt in oefenen. Volgens de communicatieleer ga je er rustig voor zitten en breng je het slechte nieuws als eerste. Daarna vang je de emotie op van de patiënt.

 

Emoties komen van rechts. Dus zij hebben in een slecht nieuws-gesprek altijd voorrang. Als iemand geëmotioneerd is, kan diegene namelijk niet goed luisteren. Terwijl het natuurlijk van belang is dat de patiënt hoort wat je te zeggen hebt. Daarom moet je eerst die emotie opvangen, empathie tonen en eventueel geruststellen. Een glaasje water kan nog weleens helpen.

 

Niet om de ernst heen draaien

Als hij of zij vervolgens weer rustig is, vertel je wat de vervolgstappen zijn. Dat je nu contact op gaat nemen met de spoeddienst, omdat het belangrijk is dat de patiënt op korte termijn gezien wordt. Draai daarbij nooit om de ernst heen en wees helder. Daar heeft de patiënt het meeste aan.

 

Op het gebied van communicatie is de vervolgstap net zo belangrijk. Wanneer je spreekt met de oogarts in dit geval, moet je als optometrist de ernst van de situatie goed uit kunnen leggen. Als de oogarts dan de beslissing neemt dat het goed genoeg is om de patiënt pas in de avond te zien, zal je als optometrist je daar bij neer moeten leggen. Als je de ernst duidelijk hebt benoemd, ligt de verantwoordelijkheid daarna bij de oogarts.

 

Later op terugkomen

Wel denk ik dat je er in dit geval later op terug moet komen. En met de oogarts je zorgen moet delen. Overigens moet de patiënt niets merken van dit verschil in mening. Anders ontstaat immers het gevoel dat hij of zij niet in goede handen is. Daarmee verhoog je de onzekerheid van de patiënt.

 

Bij alles wat je als optometrist tegen een patiënt zegt, is het belangrijk dat je helder blijft communiceren en dat je empathisch blijft. Tijdens de opleidingen tot medisch specialisten wordt te weinig aandacht besteed aan de omgang met patiënten. Terwijl patiënten op hun beurt steeds mondiger worden en thuis al voorwerk hebben verricht. Het is ontzettend belangrijk hen daarin te kennen, gerust te stellen en op basis van je expertise voor te lichten. Zodat zoveel mogelijk patiënten met een goed gevoel naar huis gaan."

 

Prof. dr. Peter Ringens

Coach Yvonne Valkenburg