VISUS 4|2016

DE KWESTIE: ZORGVULDIGHEID VAN DE OPTOMETRIST

 

Jurist Jos Dute en oogarts Willemien de Vries-Knoppert buigen zich over een casus uit de optometrische praktijk. Zij geven advies over de noodzaak van een volledig onderzoek.

UP

Prof. J.C.J. Dute

Oogarts Willemien de Vries-Knoppert

DE KWESTIE: ZORGVULDIGHEID VAN DE OPTOMETRIST

 

Een huisarts heeft een samenwerkingsovereenkomst met een optometrist, waarbij alle patiënten met niet-acute oogklachten naar de optometrist verwezen worden. De financiële afhandeling van het consuIt verloopt via de huisarts.

In deze casus stuurt de huisarts een patiënt naar de optometrist die klaagt over een zwart vlekje in het gezichtsveld sinds een aantal dagen in het rechteroog, met daaraan voorafgaand een lichtflits. De optometrist onderzoekt de patiënt en constateert een troebeling in het glasvocht. Hij ziet geen perifere afwijkingen in het netvlies en beoordeelt het netvlies door middel van indirecte funduscopie met 20D en 90D. De optometrist informeert zowel de patiënt als de huisarts over deze bevinding. De patiënt heeft een week later een netvliesloslating in het rechteroog en wordt op dezelfde dag nog geopereerd. De patiënt beklaagt zich na zijn operatie bij de huisarts omdat hij twijfelt aan de zorgvuldigheid van het onderzoek bij de optometrist.

 

Prof. mr. J.C.J. Dute, Hoogleraar gezondheidsrecht, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen:

 

"Wanneer een hulpverlener een patiënt verwijst naar een andere hulpverlener, is ieder verantwoordelijk voor zijn eigen aandeel. De verwijzer, hier de huisarts, is verantwoordelijk voor de juistheid van de verwijzing. Dat wil zeggen dat hij, gelet op de informatie waarover hij beschikt dan wel had moeten beschikken, de patiënt naar de juiste hulpverlener heeft verwezen, dat ook tijdig heeft gedaan en daarbij die hulpverlener naar behoren heeft geïnformeerd over zijn bevindingen en de reden van verwijzing.

 

Degene naar wie is verwezen, hier de optometrist, is verantwoordelijk voor de anamnese en het oogonderzoek, en hetgeen hij naar aanleiding daarvan adviseert. Hij dient de professionele standaard in acht te nemen, waarbij de klachtenpresentatie door de patiënt en de bevindingen van de huisarts het vertrekpunt zijn.

 

De optometrist dient de patiënt na de anamnese en het onderzoek op de hoogte te stellen van zijn bevindingen alsmede, zo nodig, op zijn beurt de patiënt doorverwijzen (naar de oogarts) en/of anderszins te doen wat de oogconditie van de patiënt vereist. Ook dient terugkoppeling naar de huisarts plaats te vinden.

 

Voor de verantwoordelijkheidsverdeling tussen huisarts en optometrist is de wijze waarop het consult financieel wordt afgehandeld, van geen belang. Uit de casus kan verder niet worden afgeleid of de verwijzing door de huisarts correct is geweest en het is niet aan mij als jurist om te beoordelen of de optometrist de anamnese, het oogonderzoek en de vervolgacties bekwaam en zorgvuldig heeft uitgevoerd.

 

Wel merk ik op dat uit het feit dat een week na het consult een netvliesloslating plaats heeft gevonden, nog niet direct kan worden afgeleid dat het onderzoek niet bekwaam en zorgvuldig is uitgevoerd. Mocht komen vast te staan dat het onderzoek van de optometrist niet (helemaal) zorgvuldig is geweest, dan komt dat in beginsel volledig voor zijn verantwoordelijkheid. Onder omstandigheden kan dit evenwel anders zijn, bijvoorbeeld als de huisarts de optometrist onvoldoende of zelfs verkeerd heeft geïnformeerd. Het is dan wel weer de vraag of de optometrist dit niet had moeten onderkennen en zich niet met de huisarts in verbinding had moeten stellen."

 

Oogarts Drs. Willemien de Vries – Knoppert van het VUMC zoomt in op de onderzoeken die gedaan moeten worden bij een troebeling in het gezichtsveld:

 

"Bij een patiënt met klachten die kunnen duiden op een achterste glasvocht membraan loslating dienen oogartsen en optometristen zorgvuldig de perifere retina te onderzoeken. In het algemeen zal dit met spiegelen in het indirecte beeld met 20D lens gebeuren, gecombineerd met een driespiegel contactglas onderzoek.

 

Sommige oogartsen voelen zich zo zeker bij het spiegelen met de 20D lens dat het contactglas-onderzoek niet noodzakelijk geacht wordt. Bij onderzoek met de spleetlamp en een 90D lens kan de uiterste periferie van de retina niet waargenomen worden en daarom heeft dit hierbij geen additionele waarde.

 

Desalniettemin kan er soms toch een netvliesloslating ontstaan doordat de achterste CV loslating nog niet compleet was en er alsnog een defect ontstaan is of doordat een reeds aanwezig defect niet gezien is."