VISUS 4|2016

 

.

 

DE VRAAG: WELKE LENZEN KIES JE?

DE SPECIALIST: LUIGI BILOTTO

UP

DE SPECIALIST: LUIGI BILOTTO

 

Specialismes in de oogzorg zijn er in alle soorten en maten. Visus stelt iedere editie een andere specialist aan u voor. Deze keer: Luigi Bilotto (ook wel bekend als Gino Bilotto, oud-docent Hogeschool Utrecht uit Canada).

 

Door de redactie

 

Je bent alweer even weg uit Nederland…

“In 2000 ben ik teruggegaan naar Montreal (Canada) omdat ik toen al zeven jaar niet meer ‘thuis’ was geweest. Het was heel fijn om anderhalf jaar lang bij mijn familie te zijn en even niet zo hard te werken. In 2001 startte ik als gastdocent aan de University of Montreal en heb ik mijn MsC of Optometry afgemaakt. In de MsC heb ik mij gefocust op didactiek en heb daar meer cursussen over gevolgd. Ik heb het altijd interessant gevonden om te ontdekken hoe je een boodschap kunt overbrengen.”

 

Momenteel werk je alweer acht jaar voor het Brien Holden Vision Institute en ben je bezig met educatie. Wat doe je precies?

“Ik begeleid projecten over de hele wereld. Een mooi voorbeeld van een project van ons (samen met de Eye Care Foundation) is het opzetten van een optometrie opleiding in Vietnam. Hier is tien jaar voorwerk aan vooraf gegaan en in 2014 zijn we echt gestart. In eerste instantie was het belangrijk om de juiste instanties bewust te maken van het belang van een refractie. En hoeveel mensen er onnodig blind zijn door het niet dragen van een bril. Tegelijkertijd hebben we artsen en verpleegkundigen opgeleid om te refractioneren. Zo maakten we overheid, onderwijs en gezondheidszorg bewust van het ontbreken van dit stukje oogzorg in de keten. Ik ben er trots op dat er na tien jaar in Vietnam een opleiding is die hetzelfde niveau heeft als die in Nederland.”

 

Jij focust daarin op educatie voor vermijdbare blindheid?

“Inderdaad, vooral de vermijdbare blindheid die ontstaan is door refractiefouten. Hier was wereldwijd weinig aandacht voor. Deze vermijdbare blindheid was vooral gericht op refractiefouten op afstand en daarbij was presbyopie niet betrokken. Brien Holden heeft in zijn laatste –en postuum gepubliceerde- artikel benadrukt dat we niet de myopietoename moeten onderschatten: cataract, glaucoom en retina-aandoeningen zullen hierdoor explosief toenemen. Mijn inziens zal er nu actie ondernomen moeten worden door bijvoorbeeld myopia control.”

 

Wat drijft jou om je zo in te zetten dat optometrie in andere landen ontwikkeld en opgezet wordt?

“Ik geloof nog steeds dat optometrie een geweldig en belangrijk vak is en realiseer me dat optometrie op sommige plaatsen minder van belang is dan op andere plaatsen. Het is mijn persoonlijke missie dat de oogzorg wereldwijd een belangrijke plek in de gezondheidszorg krijgt. Ofwel door lokaal ondersteuning te krijgen via opticiens en oogartsen, of bij het opzetten van een centrum waar oogonderzoek wordt verricht.”

 

Wat houdt jou gemotiveerd?

“Ik geniet van het reizen, het leven en van mijn werk. De combinatie van bezigheden is geweldig. Wel is het soms druk. Omdat mijn familie ook ontzettend belangrijk is, zoek ik altijd naar balans. Het is makkelijk om in de valkuil van het hard werken door te slaan, zoals ik bij collega’s gezien heb. Ik ben mij hiervan bewust en om die reden probeer ik het aantal reizen in de hand te houden."

UP

DE VRAAG: WELKE LENZEN KIES JE?

 

Zijn silicone hydrogel lenzen altijd de beste keus bij een (her)aanpassing van maandlenzen of tweewekelijkse vervangingslens?

 

Door Tom Wille (redactie)

 

Sinds silicone hydrogel contactlenzen op de markt kwamen in de jaren ‘90, zijn dit volgens de contactlensfabrikanten en onderzoekers de lenzen met de hoogste zuurstofdoorlaatbaarheid. Jarenlang was er sprake van een constante groei in de vraag naar silicone hydrogel lenzen. De afgelopen jaren zwakt de groei wereldwijd echter af, terwijl de verkoop van conventionele hydrogel lenzen stabiel blijft. De hoge zuurstofdoorlaatbaarheid is een voordeel van de silicone hydrogel lenzen, maar de lenzen zijn vaak ook wat minder flexibel, gevoelig voor lipidenafzetting en de bevochtigbaarheid is niet altijd optimaal.

 

De nieuwste generatie silicone hydrogel contactlenzen bevatten minder silicone materiaal, wat zorgt voor een hoger draagcomfort terwijl er nog steeds sprake is van een hoge zuurstofdoorlaatbaarheid.1,2

 

Comfort

Voor de meeste contactlensdragers is comfort het belangrijkste aspect bij het dragen van lenzen. Als de lenzen niet prettig zitten is de kans groter dat de lensdrager stopt met het dragen van de lenzen. Doordat het silicone hydrogel materiaal vrij stug is, kunnen er SEALS (superior epithelial arcuate lesions) ontstaan.3 Bij de conventionele zachte lenzen was er vaak sprake van proteïne afzetting, maar silicone hydrogel materiaal is gevoelig voor afzetting van lipiden (fig.1). Dit kan het zicht en het comfort beïnvloeden. Dit geldt ook voor de vorming van mucine ballen. Tegen alle verwachtingen in komen ook corneale infiltraten vaker voor met deze lenzen. Hier wordt veel onderzoek naar gedaan, maar waarschijnlijk speelt hypoxie een minder grote rol bij het ontstaan van infiltraten dan eerder gedacht.4,5,6,7 Bij een cliënt die eerder problemen heeft gehad met infiltraten of vetafzetting op de lenzen is het dus goed om andere lensmaterialen te overwegen.

 

Staining

Volgens J. Miller, auteur van de CE les 'alternatives to silicone hydrogel contact lenses' in Review of Optometry, wordt door de poreuzere structuur van het silicone hydrogel materiaal contactlensvloeistof makkelijker opgenomen in de lens. Dit kan soms zorgen voor verlies aan corneale integriteit, soms waarneembaar als corneale staining. Uit onderzoek is gebleken dat deze staining vaak na enkele uren verdwijnt, waardoor er waarschijnlijk geen risico is op verdere bijwerkingen.2,8 We moeten echter wel rekening houden met mogelijk wisselend zicht en comfort.

 

Conclusie

Zelfs als er bij een controle geen zichtbare afwijkingen zijn, moet er bij klachten over het draagcomfort of zicht gedurende de dag wel rekening gehouden met de mogelijkheid dat de vloeistof niet goed past bij het lensmateriaal. Uiteraard kan dan eerst een andere contactlensvloeistof uitgeprobeerd worden, maar als dat de klacht niet oplost zal er toch een ander soort contactlens aangepast moeten worden. Als het geen optie is om naar een conventionele lens te gaan met een lagere zuurstofdoorlaatbaarheid kan er voor gekozen worden om over te stappen op lenzen die sneller vervangen worden, zoals daglenzen. Er komen ook steeds meer nieuwe maandlenzen op de markt met een lager gehalte aan siliconen of zelfs zonder siliconen. Hoewel er al veel onderzoek is gedaan naar SiHy lenzen, is er meer onderzoek nodig met de nieuwere generatie SiHy lenzen om goed te kunnen beoordelen hoe de incidentie van mechanisch geïnduceerde complicaties correleert met de evolutie van lensmaterialen.9, 10, 11, 12 Dat zorgt ervoor dat het antwoord op deze vraag niet eenduidig is. Silicone lenzen zijn in dit geval niet altijd de beste keuze.

 

Referenties:

1. Contact lenses moving away from silicone

2. Alternatives to silicone hydrogel contact lenses

3. O'Hare N, Stapleton F, Ndurilath T, et al. Interaction between the contact lens and the ocular surface in the etiology of superior epithelial arcuate lesions. Adv Exp Med Biol. 2002;506:973-80.

4. Tan J, Keay L, Jalbert I, et al. Mucin balls with wear of conventional and silicone hydrogel contact lenses. Optom Vis Sci. 2003;80:291-7.

5. Jones L, Epstein A, Holden B, Szczotka-Flynn L. The genesis of silicone hydrogels. Contact Lens Spectrum. 2010; 3-15.

6. Jones L. Contact lens deposits-patient or material driven? Contact Lens Spectrum. June 2009.

7. Gromacki S. Soft contact lens deposition part 1, Contact Lens Spectrum. Feb 2006.

8. Szczotka-Flynn L. Increased resistance of contact lens related biofilms to antimicrobial activity of soft contact lens care solutions. Cornea. 2009 Sep28;(8):918-26.

9. Silicone hydrogels

10. Contact lens update

11. Chalmers RL, Keay L, et al. Multicenter case-control study of the role of lens materials and care products on the development of corneal infiltrates. Optom Vis Sci 2012;89(3):316-25.

12. Review article

Figuur 1