VISUS 5|2016

EYETRACKING OOK INTERESSANT VOOR OPTOMETRISTEN

.

VIJF VRAGEN AAN ONDERZOEKER MARLOU KOOIKER

SAMENVATTING PROEFSCHRIFT EYETRACKING

UP

EYETRACKING OOK INTERESSANT VOOR OPTOMETRISTEN

 

Voor haar promotieonderzoek zag onderzoeker Marlou Kooiker gedurende drie jaar een groep kinderen in de leeftijd van 1 tot en met 12 jaar. Zij mat bij hen het visueel gestuurd kijkgedrag met een zogenaamde eyetracker. Doel van haar onderzoek (via deze link geheel te lezen) was om te beoordelen of een dergelijke meting een goede methode is om visuele informatieverwerking te volgen bij kinderen met een verstandelijke beperking. Voor Visus vat ze het onderzoek samen.

 

Door Marlou Kooiker (onderzoeker Neurowetenschappen Erasmus MC)

 

Het is van groot belang om stoornissen in visuele informatieverwerking

vroeg in de ontwikkeling op te sporen. Dit biedt kansen voor revalidatie en ondersteuning. Echter, bij jonge en verstandelijk beperkte kinderen zijn de huidige diagnostische methoden maar in beperkte mate inzetbaar. Er is daarom grote behoefte aan kwantitatieve en functionele methoden voor het meten van visuele verwerkingsfuncties bij kinderen.

 

Gegeven dat de onderliggende systemen voor visuele functies en oogmotoriek nauw met elkaar verbonden zijn, kan het meten van visueel-gestuurd kijkgedrag een functionele uitkomst bieden. Visueel-gestuurd kijkgedrag is het automatisch kijken naar opvallende zaken in je blikveld, dus oogbewegingen die worden opgewekt vanuit de omgeving.

 

Eyetracker

Op de afdeling Neurowetenschappen van Erasmus MC in Rotterdam is een methode ontwikkeld waarmee oogbewegingsreacties naar specifieke visuele informatie kunnen worden gemeten. Dit visueel-gestuurde kijkgedrag wordt gemeten met een eyetracker (een apparaat dat oogbewegingen opneemt), zonder verbale interactie met een kind.

 

Op basis van het opgenomen kijkgedrag kunnen kwantitatieve parameters (zoals reactietijden en fixatienauwkeurigheid) berekend worden. In eerder onderzoek van de afdeling is aangetoond dat deze methode geschikt is om afwijkingen in visueel-gestuurd kijkgedrag en oogmotoriek op te sporen. En om visuele verwerkingsproblemen bij kinderen met verstandelijke beperkingen te karakteriseren.

 

Toepassing

Ik heb bovenstaande methode uitgebreid en toegepast in samenwerking met de twee visuele revalidatiecentra in Nederland (Koninklijke Visio en Bartiméus). Op deze manier konden de methodologische eigenschappen en het nut van de methode voor een vroege opsporing van visuele verwerkingsproblemen onderzocht worden.

 

Met dit onderzoek heb ik beoogd visuele informatieverwerking bij kinderen met- en zonder visuele beperkingen te karakteriseren en longitudinaal te volgen, door visueel-gestuurd kijkgedrag te meten. De op eyetracking-gebaseerde methode om visuele informatieverwerking te meten en conventionele visuele functieonderzoeken werden eens per jaar toegepast, tijdens de totale onderzoeksduur van drie jaar. De focus lag op het in kaart brengen van specifieke kenmerken en longitudinale veranderingen in visuele informatieverwerking, bij een cohort van kinderen met visuele beperkingen in de leeftijd van 1 tot en met 12 jaar.

 

Conclusie

Conclusie van dit onderzoek is dat het meten van visueel-gestuurd kijkgedrag parameters oplevert die geschikt zijn voor het eenduidig kwantificeren en opvolgen van visuele informatieverwerking en oogmotoriek in diverse groepen kinderen. Gegeven de non-verbale metingen en de valide resultaten, kan de methode een waardevolle aanvulling vormen op conventionele visuele functieonderzoeken in de klinische praktijk. Ondanks dat kinderen met visuele beperkingen als groep verstoord visueel-gestuurd kijkgedrag laten zien, kunnen de specifieke kenmerken en veranderingen over tijd substantieel verschillen tussen kinderen. Onze resultaten pleiten voor een individuele benadering in deze populatie. Om zo tot een functionele classificatie van visueel-gestuurd kijkgedrag en van visuele informatieverwerking te komen. De methode kan een goede basis vormen voor het bieden van gerichte dagelijkse ondersteuning en voor effectmetingen van visuele interventies.

 

UP

VIJF VRAGEN AAN: MARLOU KOOIKER

 

Onlangs promoveerde Marlou Kooiker op het onderzoek “Visuele informatieverwerking bij kinderen: een oogbewegings-benadering”. Visus stelde haar daar vijf vragen over.

 

Door de redactie

 

Waar zijn deze onderzoeken verricht?

“Het onderzoek is verricht bij de zes scholen voor speciaal onderwijs van Visio en de bijbehorende regionale centra (in Haren, Grave/Nijmegen, Huizen, Amsterdam, Rotterdam en Breda), en in het regionaal diagnostisch centrum van Bartiméus in Zeist. Tot nu toe zijn deze onderzoeken alleen in het kader van het promotieonderzoek verricht en niet als onderdeel van standaard diagnostiek bij deze centra. Maar we zijn onlangs gestart met een implementatietraject, waarbij het de bedoeling is dat de methode ook door professionals in de praktijk gebruikt gaat worden vanaf eind 2016.”

 

Welke professionals worden opgeleid om deze meetmethode te kunnen verrichten?

“In het kader van dit implementatietraject zullen bij Visio en Bartiméus orthoptisten, optometristen en/of oogmeetkundigen getraind worden, onder supervisie van de onderzoekers en klinisch fysici van deze centra. We verwachten dat enkele sessies (van enkele uren) genoeg zullen zijn om gebruik van de methode aan te leren.”

 

Is de meetmethode kostbaar?

“Dit is afhankelijk van het type en de kwaliteit van het eyetracking apparaat dat gebruikt wordt. De kosten variëren van € 100,- tot € 10.000,-. Met de goedkoopste kun je een grof beeld krijgen van kijkgedrag en visuele verwerking, met de duurste is het resultaat heel precies en tot op de millimeter nauwkeurig.”

 

Zou deze test ook bruikbaar zijn bij kinderen/mensen met malingering/functionele visuele stoornis?

“Ja, juist omdat er reflexief - dus automatisch aangestuurd - kijkgedrag wordt gemeten. Dit gedrag is erg moeilijk bewust te onderdrukken. De methode zou daarom ideaal zijn om toe te passen bij een vermoeden van malingering of functionele stoornissen.”

 

Verwacht je dat door het kunnen meten van de visuele functie, dit ook invloed kan hebben op de andere takken van de revalidatie, in de vorm van dat deze professies uitgedaagd worden om binnen hun expertise andere of nieuwe meetmethoden te ontwikkelen?

“Dit verwachten we inderdaad. Het promotieonderzoek was vooral gericht op relatief basale visuele verwerkingsfuncties (het detecteren van kleur, vormen, beweging). Maar we hebben ook visuele perceptie testen afgenomen, waarbij meer hersengebieden betrokken zijn en die op het terrein van de neuropsycholoog liggen. Voorbeelden zijn visueel geheugen, visueel zoekgedrag of oriëntatiewaarneming. Hierbij blijkt gemeten kijkgedrag ook extra informatie en toegevoegde waarde te bieden. Daarnaast kan met het meten van kijkgedrag praktisch inzicht worden gegeven in de visuele en selectieve aandacht van een kind, maar ook bijvoorbeeld in sociale interactie. Wat je er precies mee meet, is eigenlijk puur afhankelijk van de stimuli/ het paradigma dat je het kind laat zien.”

 

Marlou Kooiker is afgestudeerd in klinische- en cognitieve neuropsychologie. Sinds 2012 werkt ze als onderzoeker bij de afdeling Neurowetenschappen van het Erasmus MC, Rotterdam, waar ze in juli 2016 promoveerde op het onderzoek “Visuele informatieverwerking bij kinderen: een oogbewegings-benadering”. Als post-doc vervolgt ze het onderzoek naar visueel functioneren en de toepassing van eyetracking bij klinische populaties, binnen een gezamenlijk project van het Erasmus MC (afdelingen Neurowetenschappen en Neonatologie) en Koninklijke Visio.