VISUS 5|2016

PRAKTIJK

.

 

KP: HOE WERKT DE HERREGISTRATIE?

DE SPECIALIST: MAURICE HEUNEN

UP

DE SPECIALIST: MAURICE HEUNEN

 

Specialismes in de oogzorg zijn er in alle soorten en maten. Visus stelt iedere editie een andere specialist aan u voor. Deze keer: Maurice Heunen van Optometrisch Centrum Oud-Geleen, tevens redactielid van Visus.

 

Door de redactie

 

Wanneer begon jouw fascinatie voor optometrie?

“Ik was een kleuter toen ik mijn eerste bril kreeg. Dat vond ik heel vervelend. Ik kon bijvoorbeeld geen bal vangen met gym - dan moest hij af - en werd er weleens mee gepest. Rond mijn elfde kreeg ik mijn eerste contactlenzen. Daar was ik zo blij mee. Er ging letterlijk een wereld voor me open. Vanaf dat moment is mijn fascinatie voor ogen begonnen. Als iedereen in biologieles vissenkoppen zat uit te pluizen, hield ik me alleen maar bezig met de vissenogen.”

 

Bij alle nieuwe cliënten wordt er in jouw optometriepraktijk standaard een optometrisch onderzoek gedaan – waarom doe je dat?

“Ik wil altijd zeker weten dat het met de ogen goed gaat. Alleen de refractie meten is voor mij niet genoeg. Ik wil eerst naar het oog kijken en dan pas naar het product. Volgens mij is het heel belangrijk dat mensen met een bril regelmatig hun ogen laten nakijken. Het is goed om te controleren of er niet iets anders aan de hand is. Eigenlijk zou een controle bij de optometrist net zo gewoon moeten worden als een bezoek aan de tandarts.”

 

Klanten moeten bij jou een eigen bijdrage van 45 euro betalen, willen ze dat altijd?

“Niet iedereen reageert enthousiast. Maar als ik duidelijk maak waarom ik een optometrisch onderzoek noodzakelijk acht, snappen ze het meestal wel. Na afloop van een optometrisch onderzoek zijn ze vaak zo enthousiast dat ze vrienden en familie ook langs sturen. Als iemand niet wil betalen, dan houdt het op. Behalve als er sprake is van oogheelkundige spoed uiteraard. Als iemand niet kan betalen, dan zoek ik naar een oplossing. Bijvoorbeeld door ze in termijnen te laten betalen. Je bent eerst hulpverlener en pas daarna komen de zaken.”

 

In 2003 heb je een scriptie geschreven over de MKH-methode. Maak je gebruik van die methode in de praktijk?

“Zeker, al is het niet vaak. Ik doe altijd eerst een volledig optometrisch onderzoek en aanvullend een binoculair onderzoek. Bij mensen die baat hebben bij een prisma-bril, vind ik het fijn om deze via de MKH-methode op te meten. Maar eigenlijk gebruik ik hem vooral als liniaal, ik vind de methode niet goed om te bepalen of iemand een prisma-bril nodig heeft. Soms zie je dat optometristen de MKH-methode verkeerd gebruiken en gruwelijk veel prisma’s voorschrijven. Daar ben ik een groot tegenstander van.”

 

Doe je veel met visuele training bij afwijkingen in het binoculair zicht?

“Ik doe van alles wat. Een beetje training, een beetje prisma en veel contactlenzen. Ik heb een heel diverse patiëntenpopulatie en dat maakt het uitdagend. Als ik iets tegenkom bij één van hen waar ik niet genoeg over weet, dan ga ik graag de diepte in en bestudeer ik de achtergronden. Allemaal zodat ik uiteindelijk goed advies kan geven aan mijn klanten.”

 

Maak je daarbij enkel gebruik van methodes waarvan wetenschappelijk bewezen is dat ze effectief zijn?

“Het is lastig om daar antwoord op te geven. Ik gebruik alle methodes die ik tijdens de opleiding heb geleerd en ga ervanuit dat die evidence based zijn. Maar dat heb ik niet uitgebreid gecontroleerd.”

 

Werk jij veel samen met huisartsen uit de regio?

“Na mijn afstuderen heb ik een rondje langs alle huisartsen in de buurt gemaakt. Ik heb mezelf voorgesteld en hen verteld wat ik als optometrist kan. Sommige huisartsen verwijzen nu relatief vaak naar mij, anderen helemaal niet. In sommige gevallen werken ze zelfs tegen. Zo had ik een patiënt met een nauwe kamerhoek. Het leek mij nuttig dat hij in het ziekenhuis gezien zou worden. De huisarts vond van niet. Zolang de oogdruk goed was, was een verwijzing volgens hem niet nodig. De patiënt zelf had ook weinig zin in het ziekenhuis. Het is vervelend als je merkt dat er niet gehandeld wordt in het belang van de patiënt en dan sta je machteloos. Gelukkig kreeg ik op een ander moment weer een brief van een andere huisarts, waarin werd gezegd dat ze blij met mijn juiste diagnoses is. Optometristen en huisartsen zijn net mensen.”

 

UP

KP: HOE WERKT DE HERREGISTRATIE?

 

Over het Kwaliteitsregister Paramedici (KP) ontvangt de OVN regelmatig vragen. Iedere Visus behandelen we er één. Deze keer: hoe werkt de herregistratie?

 

Door: Henrike Klein Ikkink (verenigingsmanager OVN)

 

Na het behalen van het opleidingsdiploma kan de optometrist zich inschrijven in het KP. De optometrist krijgt de status ‘kwaliteitsgeregistreerd’. Daarna vindt om de vijf jaar een herregistratie of periodieke registratie plaats om kwaliteitsgeregistreerd te blijven. Als de optometrist niet (meer) aan de eisen van het KP voldoet, vervalt zijn kwaliteitsregistratie en komt hij in het Diplomaregister Paramedici terecht. Van de paramedici in het Diplomaregister is alleen bekend dat ze hebben voldaan aan de wettelijke opleidingseisen van het beroep. De optometrist mag wel zijn vak uit blijven oefenen en verliest zijn opleidingstitel niet.

 

Wat telt mee voor het KP?

Elke vijf jaar stelt het KP nieuwe criteria op die door alle aangesloten paramedische beroepsverenigingen worden vastgesteld. Bij herregistratie wordt getoetst over de periode van de afgelopen vijf jaar. De startdatum van deze periode bepaalt welke criteria bij herregistratie van toepassing zijn.

 

De kwaliteitscriteria zijn onderverdeeld in twee elementen, namelijk werkervaring en deskundigheidsbevordering. In de periode van vijf jaar tijd moet de optometrist minimaal 1600 uur patiënt- of cliëntgebonden werkzaamheden verrichten en 160 studiepunten behalen. Lees hier de kwaliteitscriteria voor een uitgebreide toelichting over wat meetelt.

 

Portfolio en steekproef

Op de website van het KP houdt de optometrist in zijn persoonlijke digitale portfolio zijn werkervaring en studiepunten bij op basis van de criteria. Als de optometrist zich gaat herregistreren, dient hij bij zijn aanvraag zijn portfolio in. Het KP controleert altijd of er minimaal 1600 uur gewerkt is en of er 160 punten zijn behaald. Door middel van een steekproef worden portfolio’s gedetailleerd gecontroleerd. Bij die controle kan het voorkomen dat het KP activiteiten en daarmee punten afkeurt, omdat ze niet voldoen aan de criteria. De optometrist krijgt daarna de gelegenheid om zijn portfolio aan te passen, zodat hij wel voldoet aan de criteria.

 

Omdat het KP steekproefsgewijs controleert, kan het dus voorkomen dat dezelfde activiteit bij de ene persoon wel en bij de andere niet wordt goedgekeurd. Om dit te voorkomen is het verstandig de kwaliteitscriteria goed te lezen. Bij twijfel kan vooraf bij het KP geïnformeerd worden of een activiteit meetelt en zo ja, in welke categorie. Voor geaccrediteerde punten (ADAP-punten) geldt dat deze bij herregistratie altijd akkoord zijn, omdat ze vooraf al beoordeeld zijn.

 

Meer informatie vind je op de website van het kp.

Henrike Klein Ikkink